les
![]() |

- les
- (onderwijs) onderricht gedurende een korte tijd
|
- iemand de les lezen
duidelijk zeggen dat iemand iets verkeerds gedaan heeft
- lessen volgen
1. onderricht gedurende een korte tijd
- Het woord les staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "les" herkend door:
99 % | van de Nederlanders; |
100 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ "les" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- 1 2 Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- les
Naar frequentie | 7041 |
---|
les mv
- de (meervoud)
- «Les pommes sont pourris.»
- De appels zijn rot.
- «Les pommes sont pourris.»
- de, het (enkelvoud)
- «Les lunettes sont cassées.»
- De bril is kapot.
- «Les lunettes sont cassées.»
nominatief | genitief | datief | accusatief | locatief | benadrukt |
---|---|---|---|---|---|
ils | leur / leurs | leur | les | y | eux |
nominatief | genitief | datief | accusatief | locatief | benadrukt |
---|---|---|---|---|---|
elles | leur / leurs | leur | les | y | elles |
- les
Naar frequentie | 1642 |
---|
- les